

Tim gaat voor het eerst met zijn mama naar de winkel. Hij heeft er zin in, want alles is nieuw voor hem. De schappen zijn gevuld met kleurrijke spullen en het ruikt lekker naar brood. Tim vraagt of hij een karretje mag duwen, en zijn mama zegt ja, maar voorzichtig. Trots loopt Tim door de winkel en hij kijkt vol verwondering naar alles om hem heen.

tim ziet snoepjes op een hoge plank en wil er graag een. Hij weet dat hij netjes moet vragen.
"Mama, mag ik alsjeblieft een snoepje?" vraagt hij met een glimlach.
Mama glimlacht terug. "Goed gevraagd, Tim! Natuurlijk, je bent heel beleefd."
Blij en trots legt Tim het snoepje voorzichtig in het karretje.

Tim ziet een oude mevrouw die een boek niet kan pakken omdat het te hoog staat. Ze probeert het te grijpen, maar het lukt niet.
"Kan ik helpen?" vraagt Tim vriendelijk.
De mevrouw kijkt verrast en glimlacht. "Wat een beleefde jongen ben je! Bedankt voor je hulp, Tim!"
Tim voelt zich geweldig. Hij heeft niet alleen geholpen, maar ook iemand blij gemaakt.

Bij de kassa helpt Tim zijn mama de boodschappen netjes op de band te leggen. "Wat een grote hulp ben jij, Tim!" zegt de kassière met een glimlach. Tim voelt zich trots. Na het betalen helpt hij mama de tassen naar de auto dragen. "Ik ben zo trots op je, Tim. Je hebt je fantastisch gedragen," zegt mama. Tim glimlacht. Hij weet dat hij zijn best doet en is blij dat hij zijn mama helpt.
--:--
--:--
0/4